Als mens maken we allemaal van tijd tot tijd perioden mee, waarin we ons gedeprimeerd en somber voelen. Onze interesse en het plezier in de dingen lijken we verloren te hebben.
Wanneer zo'n periode echter na een paar dagen of weken nog niet voorbij is, kan er zich een burn-out ontwikkelen

Een burn-out  is een uiterst nare, ondermijnende periode. Kenmerken van burn-out zijn onder andere: een zich verdrietig of leeg voelen, een zich waardeloos voelen, een gebrek aan plezier en interesse in de dingen, slaapproblemen, concentratieproblemen, terugkerende gedachten aan de dood. Burn-out is niet alleen naar, ze geeft  ook op vele gebieden schade.
Naast persoonlijke, emotionele schade - in de vorm van wanhoop, stress, verdriet en apathie - leidt het ook tot economische schade. Denk bijvoorbeeld aan verloren werkdagen, verminderde productiviteit en psychotherapeutische kosten.
Niet te verwaarlozen is ook de sociale schade, zoals gezinsconflicten, verstoorde relaties, partners die het 'niet meer aankunnen,' verwaarlozing van kinderen, drugs en alcohol gebruik als een vorm van 'zelfmedicatie.'

Laten we eens gaan kijken naar welke essentiële patronen we bij burn-out kunnen onderscheiden.

De cognitieve gedragstherapie (die het denken als ingang gebruikt om tot verandering te komen) heeft  zowel psychotherapeuten, als ook hypnotherapeuten veel geleerd over de structuur en de kenmerkende patronen van burn-out. Een psychologische "bril" die veel helderheid verschaft!


Zo ziet  de cognitieve therapie, burn-out vooral als een reactie op verlies, waarbij de "negatieve verwachtingen"  de hoeksteen van burn-out zijn.
Men denkt - al dan niet terecht - dat men iets verloren heeft, wat als essentieel voor zijn of haar leven en welzijn wordt gezien.


Kenmerkend bij burn-out is de zogenaamde 'depressieve triade': een negatief zelfbeeld, een negatieve interpretatiestijl van gebeurtenissen, en een zeer somber toekomstbeeld.

In het Engels spreekt men ook wel van de drie P's: Permanence (alles blijft altijd zo), Pervasiveness (een negatieve ervaring of gebeurtenis beïnvloedt alles in mijn leven, op elk levensgebied) en Personalization (negatieve ervaringen en gebeurtenissen liggen aan mijzelf).

Men denkt ten onrechte onmachtig te zijn in het veranderen van zijn of haar situatie.
Interessant zijn met name de diverse attributiestijlen die worden onderscheiden. Attributiestijlen staan voor de verschillende manieren waarmee wij betekenis toekennen aan gebeurtenissen.


Zo staat een stabiele attributiestijl voor de verwachting dat niets zal veranderen in de toekomst. Alles blijft altijd hetzelfde, de huidige ellende gaat nooit meer over! Een labiele attributiestijl staat daarentegen voor de verwachting dat dingen weer gaan veranderen, dat de huidige ellende slechts tijdelijk van aard is.
De stabiele attributiestijl of negatieve toekomstverwachting is een van de meest opvallende en essentiële patronen bij burn-out problematiek.


Het zal u dan ook niet verwonderen dat burn-out cliënten vaak weinig motivatie hebben om zich ergens voor in te zetten. "Het heeft toch geen zin," zo redeneert de burn-out cliënt. "Anderen kunnen misschien wel veranderen, maar mijn burn-out is zo erg; ik heb het gewoon niet in me om te kunnen veranderen; ik ben altijd al zo zwak geweest."


Burn-out mensen hebben dan ook vaak moeite om om hulp te vragen, vanwege hun attributiestijl en als ze dat wel doen, doen ze dat met heel weinig verwachtingen.

 

Meteen een grote mate van zelfwerkzaamheid verwachten, zoals sommige therapeuten van hun cliënten eisen, zal dan ook snel resulteren in een afhaken van de cliënt.
Alleen maar uitgebreid praten over alles wat er mis is (gegaan) bij een eerste consult of intake, zal een depressieve cliënt alleen maar nog depressiever maken. Dit versterkt immers allen maar zijn of haar stabiele attributiestijl en geeft de cliënt niet de ervaring dat er hoop is op verandering.

 

Andere veel voorkomende patronen die we vaak bij burn-out cliënten  tegenkomen, zijn:
• worst case scenario's: Bij problemen gaat de cliënt uit van het meest sombere, zwarts mogelijke scenario's, of te wel: dikke lagen van pessimisme houden de cliënt van zijn of haar doelen af.
• Constante zelfkritiek. De cliënt maakt zichzelf constant zelfverwijten. Soms in een zo sterke mate dat er sprake is van pure zelfhaat. .
• Onevenwichtigheden op het gebied van verantwoordelijkheid. De cliënt heeft of een veel te sterk besef van verantwoordelijkheid (met de daarbij behorende schuldgevoelens en stress), of de cliënt neemt juist helemaal geen verantwoording op die gebieden waarop hij of zij wel controle heeft of invloed op kan uitoefenen (de positie van een hulpeloos slachtoffer).
• Als copingstijl (stijl van omgaan met dagelijkse problemen) gebruikt de burn-out cliënt vaak het 'denken,' in plaats van meer actieve copingstijlen waarbij er gerichte actie wordt ondernomen. Vaak ontaardt deze stijl in een eindeloos analyseren en piekeren, met daarmee samengaande slaapproblemen.
• Een tijdsoriëntatie op het verleden, samen met een grote gerichtheid op – en opgaan in - negatieve gevoelens.
• Een gepreoccupeerd zijn met zichzelf. Met andere woorden een sterke interne focus of innerlijk gerichte aandacht.
• Door de interne focus ziet de cliënt bepaalde externe signalen niet meer. Hij of zij ziet niet dat bijvoorbeeld iemand niet te vertrouwen is, of niet in staat is te geven wat hij of zij bij de ander zoekt.
• Een zogenaamde "global thinking" cognitieve (denk)stijl.
• Bij globaal denken ziet men het bos, maar niet de afzonderlijke bomen waaruit het bos bestaat. Men ziet het geheel, maar niet de delen waaruit het geheel is opgebouwd.
• De cliënt ziet alle problemen tegelijkertijd, zonder een lineair onderscheid te maken, of onderverdelingen te maken. Er worden geen prioriteiten gesteld. Hij of zij ziet niet wat het eerste gedaan moet worden, of wat het belangrijkste is. De persoon in kwestie raakt overweldigd en gedemotiveerd en gaat als zelfbescherming steeds meer dingen uitstellen.
• Globaal denken gaat samen met zwart-wit ) denken: iets is helemaal goed of helemaal fout, zonder dat er iets tussenin ligt. Zwart-wit denken heeft op zijn beurt weer alles te maken met perfectionisme: "of ik ben altijd overal succesvol in of ik ben een mislukkeling." Het gaat samen met een one fit it all benadering van het leven: een één en dezelfde aanpak op alle levensgebieden ("nooit, nergens en bij niemand je gevoelens tonen; altijd doorgaan"). Het leidt tot een lage frustratietolerantie, irritaties en een gebrek aan acceptatie van zichzelf en anderen.

 

Wat al deze patronen gemeen hebben is onevenwichtigheid. De balans is zoek, ze zijn té sterk, té eenzijdig, of ze worden in de verkeerde context gebruik.

Voor een succesvolle behandeling is het dan ook essentieel dat deze patronen herkend worden en in een nieuw evenwicht worden gebracht.


.